Wet en regelgeving
Vragen en antwoorden
V: Heeft de apotheker informatieplicht ingeval van ongelukken?
A: De apotheker en zijn medewerkers hebben een geheimhoudingsplicht. Hierdoor zijn zij verschoond van het geven van medische informatie aan wie dan ook. Er zijn wel uitzonderingen en die zijn:- De apotheek is verplicht recepten aan de politie ter inzage te geven indien het gaat om een feit dat strafbaar is gesteld.
- De apotheker mag geen adresgegevens van een patiënt aan een politieagent verstrekken indien dit niet in het kader van een opsporingsbevel is.
V: Bevat de tekst van de Opiumwet striktere bepalingen ten aanzien van rijvaardigheid?
A: Nee, de Opiumwet bevat geen bepalingen over rijvaardigheid en is dus niet strikter ten aanzien van het gebruik van opioïden.
Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
Conform de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) hebben artsen en apothekers de plicht om de patiënt in te lichten over mogelijke bijwerkingen van de voorgeschreven geneesmiddelen en over mogelijke alternatieven. Het niet geven van deze informatie betekent dat huisarts en apotheker in gebreke blijven. Wanneer de patiënt deze informatie heeft ontvangen, is deze zelf verantwoordelijk voor de beslissing al dan niet brommer, motor of auto te rijden. De huisarts of apotheker is dus niet aansprakelijk voor de beslissing die een patiënt neemt op basis van de gegeven adviezen.
Wegenverkeerswet
Personen mogen conform de Wegenverkeerswet geen voertuigen besturen wanneer zij zodanig onder invloed zijn van een geneesmiddel dat dit de rijvaardigheid vermindert. Voor alcohol geldt een limiet van de toegestane bloedalcoholconcentratie van 0,5‰ (voor de beginnende bestuurder 0,2‰). Voor geneesmiddelen bestaat er geen vergelijkbare limiet.
Regeling eisen geschiktheid 2000
Het CBR beoordeelt de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen (rijgeschiktheid) aan de hand van bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Deze staan genoemd in de Regeling eisen geschiktheid 2000. Ten aanzien van geneesmiddelgebruik gelden voor beroepschauffeurs dezelfde regels als voor alle andere verkeersdeelnemers. Op 15 december 2008 is de Regeling eisen geschiktheid 2000 voor wat betreft geneesmiddelgebruik aangepast.





